Procedure tuchtrecht

Een beknopte handleiding met betrekking tot voor wie het ISR is bedoeld, wie aangifte kunnen doen en hoe dit in zijn werk gaat.

Het Instituut is door sportbonden belast met de uitvoering van hun tuchtrechtspraak. Dit gebeurt door de tuchtcommissie en in beroep door de commissie van beroep. Aan het hoofd van beide commissies staat een algemeen voorzitter. De tuchtcommissie en de commissie van beroep worden bijgestaan door een ambtelijk secretaris en een juridisch secretaris. Bij de ambtelijk secretaris worden tuchtzaken en het beroep aanhangig gemaakt. De juridisch secretaris begeleidt de zaak juridisch.

De bij de tuchtrechtspraak van het Instituut betrokken personen worden benoemd door het bestuur van de Stichting Tuchtrechtspraak en functioneren onafhankelijk van de sportbond.

De tuchtcommissie en de commissie van beroep bestaan uit kamers van drie personen die met de behandeling van een zaak zijn belast. De voorzitter van een kamer is een jurist. Voor de behandeling van dopingzaken is er een gespecialiseerde kamer.

Het ISR heeft sinds 2017 een poule van aanklagers operationeel die -voor de bij het ISR aangesloten sportorganisaties- inzetbaar is voor ernstige misdragingen in de sport op het terrein van seksuele intimidatie, doping en matchfixing.

De aanklager onderzoekt (of verwijst door naar de onderzoekscommissie) brengt de zaak eventueel voor de tuchtcommissie, seponeert, of doet de zaak zelf af. Ook kan de aanklager in beroep gaan bij de Beroepscommissie. De aanklager is gelieerd aan het ISR, maar strikt gescheiden van de overige organen binnen het ISR zoals de tucht- en civiele kamers.

De aanklager ontlast de sportbond en het eventuele slachtoffer met een gedegen voorbereiding van een casus. Hij/zij kan ook in voorkomende gevallen een schikkingsaanbod doen. Een aanvaarde schikking heeft de werking van een tuchtrechtelijke uitspraak.

Wat is tuchtrechtspraak?

Tuchtrechtspraak betreft de bestraffing van overtredingen in verenigingsverband. Een sportbond is een vereniging. Van een overtreding is sprake wanneer gehandeld wordt in strijd met de statuten, reglementen of een besluit van de sportbond en soms ook van de betreffende internationale sportbond. Daarnaast kan er sprake zijn van een overtreding wanneer een lid de belangen van de bond schaadt of zich tegenover een medelid niet gedraagt zoals deze zich zou behoren te gedragen. Het verenigingsrecht biedt een sportbond de mogelijkheid om overtredingen te bestraffen en speciale commissies daarmee te belasten. In dit geval: de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het Instituut. De tuchtrechtspraak gebeurt volgens vaste regels die vermeld zijn in de Tuchtreglementen van het Instituut.

Op wie is de tuchtrechtspraak van het Instituut van toepassing?

De tuchtrechtspraak is van toepassing op alle leden van de sportbonden die hun tuchtrechtspraak aan het Instituut hebben opgedragen. Elk lid van die sportbond kan bij een overtreding met het Instituut te maken krijgen. Hetzij als aangever van een overtreding, hetzij als betrokkene tegen wie aangifte is gedaan, maar wellicht ook als getuige of als deskundige.

Betrokkene

Degene tegen wie aangifte van een overtreding wordt gedaan, wordt in deze bijsluiter en in de Tuchtreglementen als 'betrokkene' aangeduid. In het strafrecht zou men spreken van 'verdachte'. De rechten en plichten van de betrokkene zijn in de Tuchtreglementen vermeld.

HET DOEN VAN AANGIFTE

Wie kan aangifte /melding  van een overtreding doen?

Degene die zelf een overtreding heeft geconstateerd kan daarvan aangifte doen. Er moet dan wel sprake zijn van een ernstige overtreding van een bepaling in de statuten of in een reglement dan wel van een handelwijze in strijd met een besluit van de sportbond. Wie een valse aangifte doet, begaat een ernstige overtreding en wordt daarvoor bestraft. Behalve het lid kan ook de sportbond aangifte van een overtreding doen. Bijvoorbeeld van een overtreding van een Dopingreglement, van welke overtreding alleen het bestuur van de sportbond aangifte kan doen. Degene die aangifte doet, formuleert de overtreding die een ander lid zou hebben begaan. Die formulering moet zeer nauwkeurig geschieden omdat degene tegen wie aangifte wordt gedaan aldus in staat van beschuldiging wordt gesteld. Zaken die zich afspelen binnen het domein van seksuele intimidatie, matchfixing of doping, worden via een aanklager van het ISR behandeld.

Waar kan aangifte worden gedaan en hoe?

Een aangifte moet worden ingediend bij de ambtelijk secretaris. Het adres is aan het eind van deze bijsluiter vermeld. Een aangifte kan alleen in behandeling worden genomen indien gebruik is gemaakt van het standaardaangifteformulier en dit volledig is ingevuld. Dit formulier is verkrijgbaar bij het ambtelijk secretariaat of te downloaden van de website van het Instituut Sportrechtspraak. Lees voor het doen van aangifte de toelichting op het standaardaangifteformulier. Daarop is ook vermeld wanneer geen aangifte kan worden gedaan.

In geval het gaat om seksuele intimidatie, matchfixing of doping, worden de meldingen van misdragingen in de sport door de aanklager in behandeling genomen, waarna waarheidsvinding plaatsvindt. De aanklager stelt zelf onderzoek in, al dan niet met de ondersteuning van de Onderzoekscommissie Integriteit. De aanklager beoordeelt of een melding gegrond is en of deze binnen de kaders van de ISR reglementen valt. Indien de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de Tuchtcommissie, stelt de aanklager de aangifte op.

Ten behoeve van de waarheidsvinding kan de aanklager een onderzoekscommissie inschakelen. De onderzoekscommissie heeft de taak om een melding te onderzoeken op waarheidsgehalte, juridische grond en verwijtbaarheid. De aanklager zal op basis van de verkregen feiten besluiten of en hoe een zaak verder wordt behandeld en zal deze juridisch voorbereiden.

Zijn er aan een aangifte kosten verbonden?

Aan de behandeling van een tuchtzaak door het Instituut zijn kosten verbonden. Deze zaakkosten worden gefactureerd aan de desbetreffende sportbond. In het vonnis van de tuchtcommissie kunnen deze kosten (deels) worden toegerekend aan één van de partijen.

DE BEHANDELING VAN EEN ZAAK

Verweer

De betrokkene heeft het recht zich tegen de aangifte te verweren. Hij kan zich daarbij door een raadsman laten bijstaan. De betrokkene is verplicht naar waarheid te verklaren. De ambtelijk secretaris zendt de aangifte aan de betrokkene, die gedurende veertien dagen na verzending daarvan een verweerschrift bij de ambtelijk secretaris kan indienen. In bijzonder gevallen kan de termijn door de algemeen voorzitter van de tuchtcommissie worden verlengd tot een kalendermaand. De betrokkene wordt dan ook gevraagd of hij/zij de zaak mondeling wil laten behandelen. Indien geen verweer wordt gevoerd, wordt de tuchtzaak in beginsel schriftelijk behandeld.

Mondelinge behandeling bij tuchtcommissie en commissie van beroep

De betrokkene kan de ambtelijk secretaris om een mondelinge behandeling verzoeken. Aan dit verzoek wordt niet voldaan indien volgens de commissie een mondelinge behandeling niet kan bijdragen aan een beoordeling van de zaak. In andere gevallen vindt een mondelinge behandeling plaats, hetgeen ook het geval is wanneer de betrokkene die behandeling niet, maar de commissie die wel noodzakelijk acht. Bijvoorbeeld om getuigen of deskundigen te horen.

Een mondelinge behandeling vindt in beginsel niet in het openbaar plaats, tenzij de commissie anders beslist. De betrokkene heeft altijd het recht om behalve zijn raadsman ten hoogste drie door hem aangewezen toehoorders de behandeling te laten bijwonen. Aan deze toehoorders mogen tijdens de zitting geen vragen worden gesteld, terwijl zij nadien ook niet als getuigen mogen optreden. De ambtelijk secretaris stelt de betrokkene ten minste vijf dagen voor de zitting van datum, uur en plaats op de hoogte. De betrokkene, diens raadsman en toehoorders mogen de gehele zitting bijwonen, tenzij hun gedrag ofwel het specifieke onderwerp, de commissie aanleiding geeft anders te beslissen.

Getuigen en deskundigen

Wanneer de betrokkene personen als getuige wil oproepen, moet de betrokkene dit vooraf aan de ambtelijk secretaris mededelen. De betrokkene mag in beginsel niet meer dan drie getuigen doen horen, tenzij de desbetreffende commissie hem toestaat meer getuigen te doen horen. Dit verzoek moet worden ingediend tegelijk met het opgeven van getuigen. Het is meestal voor de commissie niet mogelijk een dergelijk verzoek later te honoreren, omdat voor een zitting een bepaalde tijd wordt uitgetrokken en de commissie na uw zaak wellicht nog een andere tuchtzaak moet behandelen. Wat voor de getuigen geldt, geldt ook voor deskundigen die de betrokkene door de commissie wil doen horen.

Uitspraak

Na een schriftelijke of mondelinge behandeling volgt een uitspraak. Daarin geeft de commissie aan of naar haar oordeel een overtreding is begaan en zo ja welke overtreding en welke straf daarvoor wordt opgelegd. De mogelijke sancties zijn vermeld in de Tuchtreglementen. Bij een schriftelijke behandeling volgt de uitspraak zo spoedig mogelijk, bij een mondelinge behandeling veertien dagen of ten hoogste een maand na de zitting. De commissie bepaalt in de uitspraak tevens in welke mate de aan de behandeling van een zaak verbonden kosten ten laste van de betrokkene en/of van de sportbond komen. Die kosten kunnen betrekking hebben op de huur van de zittingsruimte en de bijstand van de juridisch secretaris.

Beroep

Behalve wanneer er sprake is van een vrijspraak of van een door de tuchtcommissie opgelegde berisping, kan van een uitspraak van de tuchtcommissie beroep worden ingesteld bij de commissie van beroep. Van een beslissing van de algemeen voorzitter van de tuchtcommissie kan in de gevallen waarin dat in de Tuchtreglementen geregeld is beroep worden ingesteld bij de algemeen voorzitter van de commissie van beroep. Alleen de betrokkene zelf, diens raadsman en wettelijk vertegenwoordiger kunnen beroep instellen.

Behalve de betrokkene kan ook het bestuur van diens sportbond om redenen van algemeen belang beroep instellen.

Het beroep moet worden ingediend door gebruik te maken van het standaardberoepschrift dat kan worden verkregen bij het ambtelijk secretariaat of door het te downloaden van de website van het Instituut Sportrechtspraak.

Een uitspraak van de tuchtcommissie is onherroepelijk, tenzij tijdig beroep is ingesteld. Een uitspraak van de commissie van beroep is onherroepelijk tenzij de desbetreffende sportbond heeft bepaald dat in het voorkomende geval beroep kan worden ingesteld bij het Court of Arbitration for Sports (CAS) te Lausanne (Zwitserland).

Klachten

Klachten over de inhoud van een tuchtrechtelijke beslissing zullen niet in behandeling worden genomen. U kunt wel klagen over de behandeling van uw zaak.

Tot slot

Deze bijsluiter geeft slechts de hoofdlijnen van een tuchtzaak bij het Instituut weer. De tekst van de Tuchtreglementen zijn altijd bepalend. De Tuchtreglementen zijn te downloaden in de specifieke secties op deze website of aan te vragen bij het ambtelijk secretariaat.